Zoeken

Zorgkantoren moeten bij aanpassingen van het inkoopbeleid rekening houden met de gevolgen van die aanpassingen voor de kwaliteit van zorg en de tarieven onderbouwen. Het gerechtshof in Den Haag heeft vorige week in hoger beroep het eerdere vonnis waarin dit werd bepaald bekrachtigd.

De uitspraak betekent dat zorgkantoren zich moeten houden aan de aanbestedingsbeginselen en transparant moeten zijn over de opbouw van tarieven. Zorgkantoren moeten in 2021 minimaal de tariefpercentages uit 2020 hanteren. Daarmee zijn de zorgkantoren gehouden ook in 2021 en daarna reële tarieven te bieden. De inzet van de Nederlandse ggz is om in de aankomende gesprekken over nieuwe tarieven de kaders die het vonnis stelt concreet in te vullen. Om te beginnen moeten de termijnen voor bezwaren redelijk zijn en tariefkortingen kunnen alleen dan worden voorgesteld als ze degelijk en aantoonbaar onderbouwd zijn. Zorgkantoren moeten daarnaast rekening houden met de gestegen kosten in de ggz.

Veronique Esman, directeur van de Nederlandse ggz: “We zijn blij dat de rechter erkent dat wijzigingen in tarieven een inhoudelijke onderbouwing behoeven. Mensen in de langdurige zorg verdienen kwalitatief goede zorg, kostendekkende tarieven horen daarbij. Voor ons zal het vonnis richtinggevend zijn voor de aankomende gesprekken over de tarieven voor de langdurige zorg voor 2022 en verder.”

De Nederlandse ggz en negentien ggz-zorgaanbieders, De VGN en veertig van haar leden, vijf ouderenzorgorganisaties en drie organisaties voor mensen met een visuele beperking spanden vorig jaar een kortgedingprocedure aan tegen het zorginkoopbeleid Wlz 2021-2023 omdat de zorgkantoren daarin een ontoelaatbare korting op de inkooptarieven voor langdurige zorg wilden doorvoeren.